De AI-inflatie
Consumentenelektronica wordt over de hele breedte duurder. De recente prijsstijgingen in de techsector laten er geen twijfel over bestaan dat de markt in beweging is, met Apple als duidelijkste richtingaanwijzer. Wie vandaag een MacBook Pro of iMac configureert, merkt dat de prijzen snel met zo’n twintig procent zijn opgetrokken. Het gaat om een stijging van al snel driehonderd euro, een bedrag dat direct aan de kassa wordt doorberekend aan de eindgebruiker.
Als wat belangrijk is, verschuift
Het is verleidelijk om deze prijsstijgingen simpelweg toe te schrijven aan de algemene inflatie, die al een tijdje wordt opgestuwd door geopolitieke spanningen zoals de blokkade van de Straat van Hormuz door het conflict tussen de VS en Iran. Maar daarmee ga je voorbij aan de werkelijke, grotere economische dynamiek. Deze prijsaanpassing is namelijk het logische gevolg van een fundamentele verschuiving in wat we technologisch belangrijk vinden.
Tijdens de recente WWDC-keynote introduceerde Apple ‘Apple Intelligence’. Hun visie is gestoeld op Core AI: artificiële intelligentie die niet in externe datacenters van OpenAI of Amazon draait, maar lokaal op de eigen Silicon-chips van je apparaat. Deze vorm van lokale verwerking biedt grote voordelen, maar stelt ook extreme eisen aan de hardware en het interne werkgeheugen. Terwijl het nog maar de vraag is of de miljardeninvesteringen in externe datacenters op de lange termijn onder de streep iets gaan opleveren, is één ding zeker: techbedrijven die hun eigen chips ontwerpen, dicteren vandaag de prijs van die lokale rekenkracht.
Grootschalige artificiële intelligentie brengt immers aanzienlijke operationele kosten met zich mee. Zodra je als bedrijf voorbij de laagdrempelige consumentenlicenties van twintig euro per maand kijkt en AI-agents structureel gaat integreren in je bedrijfsprocessen, krijg je te maken met de wetmatigheden van de tokenomics. In een cloud-model betaal je voor elke API-call, elke gigabyte aan dataopslag en de groeiende context die bij elke opeenvolgende denkstap opnieuw naar het model wordt gestuurd. Dit creëert een variabele en cumulatieve kostenpost die direct drukt op de operationele marges. Offline AI haalt die variabele cloud-kosten uit de vergelijking en brengt de budgettaire voorspelbaarheid terug in de organisatie.
Daarnaast speelt er een geopolitieke dimensie die we in Europa niet mogen onderschatten. In een economisch landschap waarin digitale soevereiniteit en databeveiliging hoog op de agenda staan, is het doorsturen van bedrijfskritische informatie naar overzeese cloudservers een structureel risico. Core AI biedt hier een elegant antwoord op. Je data blijft waar zij hoort: lokaal op het apparaat, buiten het bereik van buitenlandse overheden of datacenters die onder andere wetgeving vallen. Privacy is in deze context geen marketinginstrument, maar een noodzakelijke bescherming van je concurrentiepositie en intellectuele eigendom.

